66% Column (640px)

Onderaan staat een vaas als derivaat van een voorstellingsvermogen.
Een gemanipuleerd hek sluit de groene woekerende structuur en het kijken van de dieren af

‘Eindelijk!’
...
De setting bestaat uit een platform waarop een kar staat die een ‘landschap’ draagt. De kar geeft een illusie van beweeglijkheid – ze rijdt niet door de diverse bouwelementen die erop geënt zijn.
Op de kar ligt een vertakte structuur die zich vast zet in een strak tegelpatroon. Deze structuur verwijst enerzijds naar een natuurlijke vertakking en anderzijds naar uitgedachte en gecalculeerde stratenplattegronden.
Op de basis van deze ‘mathematische’ tegelstructuur zijn er 3 dwarsprofielen ingeschoven die aan de buitenzijde aansluiten bij de tegelstructuur, buildings, en binnenin een acrylaatspiegel zijn; het specifieke van acrylaatspiegel is dat hij licht vervormt: ‘visibiltyscratch’
Tussen deze ‘licht vervormende spiegels’ ontwikkelt zich een biomorfe structuur, bekleed met kunstgras.
Deze structuur neemt quasi het ganse binnenveld van de installatie in.
Aan de rand van deze structuur duikt de papagaai op, hij kijkt naar binnen, naar wat in zijn ogen een ‘horror vacui’ zou kunnen zijn. Een andere papegaai kijkt over zijn schouder mee, tegenover hem staat een hert in eenzelfde verbaasde pose te staren.
De blik van de toeschouwer wordt door de dieren naar de kern van de installatie getrokken, en die kern is leeg, slechts een reflectie van de omgeving.

Het werk begon een jaar geleden bij de afbraak van ‘Het Zeemanshuis’, een maritiem historisch monument dat mijn vriend al jaren probeert te beschermen. Op één van de laatste karren die buiten gereden werden als afval zat een kleurige papegaai. Ik vroeg de directeur of ik dit beeldje mocht redden, ‘Ja tuurlijk’, antwoordde hij, met zijn Nederlandse accent, ‘Zolang ik hem niet meer hoef te zien’
Zoals ik werk, kwam het postuurtje mee in de collectie items die ik rond me verzamel in mijn atelier. Vanuit de aanwezigheid van de erg kitsherige versie van een op zich al kitsherig dier kwam een oude fascinatie van me terug boven: de grondplannen en architectuur van dierentuinen en bij uitbreiding van publieke (pret)parken.
Vanuit dit samengaan tussen twee diverse beelden ben ik beginnen werken aan een sculpturale installatie als persiflage op een artificieel denken en associëren met een reëel wereldbeeld. Tegelijkertijd wil ik de utopie van de maakbaarheid van een wereld, van een illusie, bevragen. Dierentuinen reflecteren een voorgekauwde droom die ergens zijn ‘roots’ in een realiteit heeft maar al lang zijn banden met die werkelijkheid is kwijtgespeeld...
Een reële uitvoering van een utopische gedachte.

Stacks Image 2278
Stacks Image 2315
Stacks Image 2280
Stacks Image 2276
Stacks Image 2282
Stacks Image 2286
Stacks Image 2284
Stacks Image 2292
Stacks Image 2290